Zijn honing en ahornsiroop gezonde vervangers voor geraffineerde suikers?

Pfannkuchen sind für viele ein Lieblingsessen. Sind sie gesünder, wenn sie mit natürlichen Zuckern zubereitet wurden?

Pannenkoeken zonder geraffineerde suiker erin, gegarneerd met ahornsiroop; gezonde traktatie of net zo erg als snoep? Piviso/Pixabay

Zo nu en dan een lekker zoet dessert. Zelfs mensen die op dieet zijn, trakteren zichzelf graag. Maar te veel suiker is slecht voor ons. Het kan leiden tot gewichtstoename en veroorzaakt ziekten zoals diabetes. Daarom doen veel foodies hun best om geraffineerde suiker te vermijden. Onlangs kwam ik veel recepten tegen die honing of ahornsiroop gebruiken in plaats van suiker. Deze recepten zijn afkomstig van mensen die een gezonde levensstijl of fitnesslevensstijl promoten. Maar zijn honing en ahornsiroop echt goede alternatieven, of houden we onszelf voor de gek omdat we zoet voedsel willen eten zonder de daarmee verbonden nadelen?

Sommige vormen van suiker gezonder dan andere?

Het is een trend om bijvoorbeeld honing, agave-, ahornsiroop en kokossuiker te gebruiken in plaats van geraffineerde suiker. Deze voedingsmiddelen krijgen vaak het label gezonde optie, maar bevatten nog steeds suiker. En veel ervan. Honing bevat ca. 82% pure suiker, ahornsiroop ongeveer 68%. Waarom beschouwen we ze dan nog steeds als gezonder dan geraffineerde suiker? Dat heeft te maken met de verschillende soorten suikers die de producten bevatten. Het bloed neemt die verschillende soorten suikers niet even snel op. De glycemische index (GI) is daar een maat voor: een hoge GI betekent een snelle opname in het bloed. Aangezien hoge bloedsuikerspiegels negatieve effecten op de gezondheid hebben, bestempelen experts producten met een hoge GI als ongezond. En er zijn voedselbronnen die resulteren in hogere pieken in de bloedsuikerspiegels, en daardoor in hogere insulinespiegels, dan andere 1, 2, 3, 4.

Veel voedingsmiddelen zijn de afgelopen jaren getest op hun GI. En deze informatie gebruiken experts om voedselgroepen te sorteren in goed of slecht voor consumenten. Honing heeft een GI van ongeveer 55, ahornsiroop van ongeveer 54, geraffineerde suiker heeft een GI van ongeveer 65. De zogenaamde natuurlijke suikers behoren tot producten met een gemiddelde GI. Terwijl geraffineerde suiker tot de klasse hoge GI behoord. Is dat verschil echt genoeg om gezondheidsvoordelen te claimen?

“De stijging van de bloedsuikerspiegel varieert van persoon tot persoon.”

In feite zijn de hierboven vermelde GIs slechts de gemiddelde cijfers die door Google worden gegeven. Ze zijn in tegenspraak met wetenschappelijke studies die suggereren dat het effect van voedsel op de bloedglucosespiegel van persoon tot persoon verschilt. Zo kan honing bijvoorbeeld een hoge GI hebben bij de ene persoon, en een gemiddelde GI bij een ander. Daarom kunnen we voedingmiddelen niet eerlijk sorteren op basis van GI-waarden 3, 4. Is de GI van een voedsel nog steeds nuttig als richtlijn voor een gezond eetpatroon als die per persoon varieert?


Moeten we suiker eten van voedingsmiddelen met een lage GI?

Wetenschappers onderzochten het effect van lage GI diëten in bloedmonsters van proefpersonen. Daarbij keken ze niet alleen naar de bloedglucosespiegels, maar analyseerden ze de algehele gezondheid van de proefpersonen.  Ze maten bijvoorbeeld insulinegevoeligheid, cholesterol- en triglycerideniveaus en bloeddruk. De studies vonden minimale tot geen verschillen in gezondheid  in proefpersonen met hoge en lage GI diëten. Bovendien was de variatie in resultaten tussen verschillende proefpersonen opnieuw groot. Het risico op diabetes en hart- en vaatziekten lijkt dus hetzelfde, ongeacht de GI. Dus hoewel de bloedsuikerspiegels in minder stijgen bij consumptie van voedingsmiddelen met een lage GI, bevatten ze nog altijd suiker, wat een negatief effect heeft op de gezondheid 2, 3.


Een ander onderzoek kent een ondergeschikte rol toe aan de glycemische index

De onderzoekers van deze studie vergeleken de effecten van koolhydraatarme diëten met vetarme diëten. een jaar lang volgden wetenschappers het gewicht van verschillende proefpersonen. Wat bleek? Qua gewichtsverlies waren ze identiek. In termen van gewichtsverlies lijkt het dus niet uit te maken welk dieet je kiest. Hetzelfde aantal mensen viel af en anderen kwamen zelfs aan. De onderzoekers verklaren dit doordat veel mensen zich niet lang aan een dieet houden. Toch was er een verschil tussen de twee diëten: bij proefpersonen die het koolhydraatarme dieet volgden, waren de bloedresultaten beter. Dat betekent dat het risico op diabetes en hart- en vaatziekten verminderde in vergelijking met het vetarme dieet. De wetenschappers keken ook naar GI die slechts iets lager was bij het koolhydraatarme dieet. Dit geeft verder aan dat de GI een ondergeschikte rol speelt, koolhydraten zouden liever allemaal samen worden verlaagd. Maar dit moet op een gezonde manier gebeuren. Dat betekent dat we ons moeten concentreren op verse, hele voedingsmiddelen met veel groenten, vezels en volkoren bronnen van koolhydraten, terwijl we wegblijven van toegevoegde suiker, witte bloemen, maar ook van transvetten 5.

“Het belangrijkste van een dieet is om door te gaan.”

Waarom leidden kleine wetenschappelijke resultaten tot grote gezondheidsclaims?

Medicinale onderzoeken zijn moeilijk uit te voeren en te interpreteren. Zo kan de opzet van het onderzoek de resultaten al beïnvloeden. Het type experiment, de duur, maar ook het aantal proefpersonen, hun achtergrond en houding kunnen een rol spelen. Proefpersonen hebben mogelijk een bestaande ziekte, of hun genetica beïnvloedt hoe ze reageren op de studie, maar ze vertegenwoordigen in zo’n studie de hele mensheid. Ook is het moeilijk om mensen 24/7 te controleren. Bij de meeste onderzoeken rapporteren de deelnemers zelf over hun dieet. Maar sommigen vergeten misschien net die ene chocoladereep te noemen, terwijl dat de testresultaten beïnvloedt. Zelfs als onderzoekers een studie zo goed mogelijk uitvoeren, kan de interpersoonlijke variatie zo groot zijn dat het onmogelijk is om een ​​standaard te bepalen die geschikt is voor iedereen 3.

Mensen willen duidelijke ja of nee-antwoorden van de wetenschap. Het lijkt erop dat de boodschap verandert zoals tijdens een spelletje ‘telefoontje’. Wetenschappers schetsen hun werk graag positief, omdat de impact van hun resultaten een grote invloed heeft op hun toekomstige carrière. Journalisten nemen vervolgens deze boodschap en kiezen er een deel van uit, om de betekenis te veralgemenen. Dat gaat de wereld rond. Op die manier kan een kleine verandering in de bloedglucosespiegel voor sommige proefpersonen resulteren in voedingsadvies voor de alle mensen. Ik denk dat er daarom zoveel verschillende voedingssystemen zijn. Omdat er zoveel onderzoeken zijn die in de een of andere richting wijzen en mensen dit gebruiken om daar grote claims op te maken. Je kunt kiezen voor een vetarm of koolhydraatarm dieet en je zult aanbevelingen voor beide diëten vinden in blogs. Dan komt het neer op wat jij geschikt vindt voor jezelf. Je hebt niks aan het gezondste of beste dieet als je het niet vol kan houden!

Over het algemeen bevatten honing en ahornsiroop meer voedingsstoffen dan geraffineerde suiker. Maar dat maakt ze niet gezond. Bij sommige mensen kan het effect op de bloedglucosespiegel lager zijn dan bij andere. Maar over het algemeen is het raadzaam om zelden zoete dingen te eten. Uiteindelijk moeten we ons distantiëren van te veel koolhydraten en zwaar bewerkte voedingsmiddelen. Blijf omwille van je gezondheid zoveel mogelijk uit de buurt van suiker, maar zorg ervoor dat je nog steeds geniet van je eetgewoonten.


Belangrijkste bronnen

  1. Esfahani, A., Wong, J. M., Mirrahimi, A., Srichaikul, K., Jenkins, D. J., & Kendall, C. W. (2009). The glycemic index: physiological significance. Journal of the American College of Nutrition, 28(sup4), 439S-445S.
  2. Sacks, F. M., Carey, V. J., Anderson, C. A., Miller, E. R., Copeland, T., Charleston, J., … & White, K. (2014). Effects of high vs low glycemic index of dietary carbohydrate on cardiovascular disease risk factors and insulin sensitivity: the OmniCarb randomized clinical trial. Jama, 312(23), 2531-2541.
  3. Vega-López, S., Venn, B. J., & Slavin, J. L. (2018). Relevance of the glycemic index and glycemic load for body weight, diabetes, and cardiovascular disease. Nutrients, 10(10), 1361.
  4. Zeevi, D., Korem, T., Zmora, N., Israeli, D., Rothschild, D., Weinberger, A., … & Suez, J. (2015). Personalized nutrition by prediction of glycemic responses. Cell, 163(5), 1079-1094.
  5. Gardner, C. D., Trepanowski, J. F., Del Gobbo, L. C., Hauser, M. E., Rigdon, J., Ioannidis, J. P., … & King, A. C. (2018). Effect of low-fat vs low-carbohydrate diet on 12-month weight loss in overweight adults and the association with genotype pattern or insulin secretion: the DIETFITS randomized clinical trial. Jama, 319(7), 667-679.

Published by Katrin Heidemeyer

Katrin Heidemeyer ist Doktorandin im Bereich Biochemie an der Wageningen University and Research. Durch ihre Arbeit möchte sie das Wissen über die Spezifität von Hormon-Signalen in Pflanzen erweitern. Da ihre Interessen über Pflanzenbiologie hinausreichen, schreibt sie in ihrer Freizeit über diverse Themen. Von Ernährung zu Psychologie, der Neugierde sind keine Grenzen gesetzt.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Create your website at WordPress.com
Get started