Promovenda: ‘Ik voel me dom omdat ik niet méér weet’

imposter syndrome

Foto: Creativeart, Freepik

Een glanzend, witte laboratoriumjas over haar kleren, reageerbuisjes in haar linkerhand, terwijl ze met haar rechter allerlei knoppen op een complex ogende machine intoetst. Promovenda Katrin Heidemeyer lijkt alles onder controle te hebben, ze boekt resultaten en haar collega’s zijn zeer over haar te spreken. Maar Heidemeyer lijdt aan het oplichterssyndroom: ‘Ik ben bang dat mensen denken dat ik niet slim genoeg ben’.

Het gevoel dat je niet echt weet waar je mee bezig bent, dat je je niet zo capabel voelt als anderen misschien denken: het oplichterssyndroom. Zelftwijfel komt in alle soorten en maten en komt vaker voor dan je misschien denkt. Op de universiteit waar Heidemeyer werkt, gaven 19 van de 32 promovendi aan dat ze last hebben van het oplichterssyndroom. Tijd om het verhaal van een van hen te horen: Heidemeyer vertelt over haar ervaringen.

Hoe voelt het oplichterssyndroom?
‘Voor mij voelt het alsof mijn collega’s slimmer zijn en beter in hun werk dan ik. Het lijkt alsof ze iedere week weer nieuwe resultaten presenteren, alsof het allemaal makkelijk is voor ze, terwijl ik keihard werk en steeds lijk te falen. Daarnaast maakt het niet uit hoeveel ik van mijn eigen onderwerp weet, ik heb het gevoel dat anderen het beter weten. Ik ben bang dat ze zullen beseffen dat ik niet slim genoeg ben, dat ik een bedrieger ben.’


“Ik ga plotseling twijfelen of ik het onderwerp wel genoeg begrijp”


Heb je dat gevoel de hele tijd?
‘Wanneer ik experimenten uitvoer in het laboratorium, weet ik wat ik doe. Pas als ik de uitkomsten ervan bespreek met mijn collega’s of baas, begin ik plotseling te twijfelen of ik het onderwerp wel genoeg begrijp. Alles wat ik weet, voelt zo basic en dan voel ik me dom omdat ik niet méér weet.’

Kijk je op tegen je baas en collega’s?
‘Ik voel me op mijn gemak bij mijn collega’s en baas, maar tegen sommigen van hen kijk ik inderdaad op. Mijn baas is zelfs mijn rolmodel: hij is extreem slim, begrijpt snel nieuwe onderwerpen, kent alle literatuur uit zijn hoofd en kan zaken in een mum van tijd te verbinden. Dat succes blijkt ook uit het aantal professionele prestaties, zoals publicaties en beurzen. Daarbovenop heeft hij uitstekende sociale vaardigheden. Vanaf dag één wilde ik zijn zoals hij.’

Dat is een vrij hoge verwachting
‘Ja, achteraf heb ik de lat te hoog gelegd en dat droeg bij aan de werkstress.’


“Ik dacht dat slechte resultaten betekenden dat ik slecht was in mijn werk”


Heeft het oplichterssyndroom invloed op je werkzaamheden?
‘In het verleden wel. Dat had waarschijnlijk te maken met die hoge verwachtingen. Ik wilde net zo goed zijn als iedereen om me heen en veel resultaten halen. Toen ik mijn doelen niet bereikte, voelde ik me er slecht over en nam ik die gevoelens mee naar huis. Daardoor sliep ik slecht, waardoor ik me minder goed kon concentreren de volgende dag en dat leidde weer tot meer fouten: een vicieuze cirkel.’

Dus het oplichterssyndroom was gekoppeld aan de resultaten die je behaalde?
‘Voor mij wel ja. Mijn allereerste experiment mislukte en dat wakkerde het oplichterssyndroom verder aan. Ik verwachtte ontslagen te worden na mijn proeftijd, omdat Ik dacht dat de slechte resultaten betekenden dat ik slecht was in mijn werk.’


“Soms maken slimme mensen om me heen ook fouten”


Je bent nog steeds een promovenda. Dus ik ga ervan uit dat je niet bent ontslagen? ‘Nee, toen ik het ter sprake bracht, lachte mijn baas me uit. Maar niet op een gemene manier. Ik denk dat hij gewoon verrast en verward was over mijn manier van denken. Ik herinner me dat ik opgelucht was, maar ik heb spijt dat ik er op dat moment niet verder op ik ben gegaan. Daarom duurde het een paar jaar voordat ik ontdekte dat mijn resultaten niet perse mijn capaciteiten weerspiegelen.’


“Het helpt om te weten dat ik niet de enige ben die last heeft van het oplichterssyndroom”


Ervaar je het oplichterssyndroom tegenwoordig minder?
‘Het is zeker minder dan een paar jaar geleden. Dat heeft niets te maken met dat ik nu meer ervaring of kennis heb. Ik heb ermee leren omgaan. Ik zeg tegen mezelf: ‘niemand maakt het wat uit’. Soms maken slimme mensen om me heen ook fouten. Dan denk ik niet dat ze dom zijn, alleen dat een intelligent, bekwaam persoon iets niet zo slim deed of zei. Nu pas ik dat ook op mezelf toe: wanneer ik iets stoms zeg of doe, neem ik niet aan dat mijn collega’s denken dat ik dom ben. Daarnaast hielp me ook om openlijk het bedriegersyndroom te bespreken.’

Met wie heb je gepraat over je twijfel?
‘Met bijna iedereen. Tegenwoordig ben ik er heel open over. Ik bespreek mijn twijfels met vrienden, collega’s, mijn partner en mijn baas. Voor mij heeft het veel geholpen om erover te praten met collega’s. Vooral met collega-promovendi, omdat ze met dezelfde problemen kampen en sommigen zelfs met hetzelfde oplichterssyndroom. Het helpt om te weten dat ik niet de enige ben die last heeft van het oplichterssyndroom.’


“Hoewel het eng is, zou ik iedereen aanraden open te zijn over hun twijfels”


Voel je je comfortabel om je ‘kwetsbare kant’ aan je baas te laten zien?
‘Toen ik net met mijn baan begon, voelde ik me niet genoeg op mijn gemak om over mijn gevoelens, stress en andere problemen te praten met mijn baas. Het voelde als een zwakte. Maar na een tijdje werd ik opener en nu praat ik erover wanneer het gevoel weer opkomt. Mijn baas stelt me ​​dan gerust en herinnert me eraan dat (bijna) iedereen met dezelfde problemen worstelt.’

Het lijkt erop dat je goed op weg bent om het oplichterssyndroom te overwinnen. Wil je na je promotie verder in de wetenschap?
‘De wetenschap heeft me veel geleerd en ik ben blij met de ervaring. Maar doorgaan in het onderzoek staat niet op de planning. Goede resultaten behalen in de wetenschap is moeilijk en de kleine beloningen, de resultaten, wegen niet op tegen alle moeite en tijd die ik erin stop.’

Wat zou je aanbevelen aan andere mensen die lijden aan het oplichterssyndroom?
‘Het is eng, maar ben er eerlijk en open over. Je hoeft het niet aan iedereen te verkondigen natuurlijk, zoek iemand bij wie je je op je gemak voelt: een vriend, een collega, je partner of zelfs je ouders. Je zult merken dat je niet de enige bent die zich zo voelt.’


Lees meer over het oplichterssyndroom

Door de mand – het oplichterssyndroom

Ken je dat gevoel dat iedereen om je heen precies weet waar hij of zij mee bezig is, terwijl jij maar wat aanmoddert? Dit zogenoemde oplichterssyndroom komt bij veel mensen en allerlei beroepen voor. Ook wetenschappers, en vooral promovendi, kampen ermee.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Create your website at WordPress.com
Get started