De erfelijkheid van trauma

Net als de moeder, zoals de dochter en kleindochter. Er kan veel worden overgeërfd, inclusief trauma. Afbeelding van YeeLey /Pixabay

Trauma veroorzaakt veranderingen in het DNA die erfelijk zijn. Daardoor zijn kinderen en kleinkinderen van trauma-overlevers vatbaarder voor drugsgebruik, ziektes en psychische stoornissen. De ouders of grootouders van de huidige generatie groeide op tijdens de Tweede Wereldoorlog met heftige ervaringen: bombardementen, honger, het verlies van vrienden, familieleden, hun huizen en sommige van hen vochten mee in het leger. Zulke ervaringen zijn traumatisch, vooral voor degenen die toen nog kinderen waren. Vanwege de erfelijkheid van trauma, wordt een deel van de huidige generatie nog steeds door de oorlog getroffen.

Littekens

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog heerste hongersnood in het westen van Nederland, omdat de nazi’s de voedselvoorziening vanuit het platteland tegenhielden. De inwoners aten dagelijks maximaal 1300 kcal en veel mensen stierven door het gebrek aan voedsel. Degenen die het wel overleefden droegen ‘littekens’ mee in hun DNA die ze doorgaven aan de volgende generatie.

Kinderen van mensen die de hongersnood als foetus in de buik van hun moeder meemaakten, hebben er zwaar onder te lijden. Zij hebben een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, obesitas, en psychische problemen zoals schizofrenie, depressie, bipolaire stoornissen of antisociale persoonlijkheden. Dus niet alleen psychologische, maar ook fysieke trauma’s zijn overdraagbaar van generatie op generatie.

Hoe trauma wordt overgeërfd

Ons uiterlijk, onze gezondheid en – tot op zekere hoogte – ons gedrag wordt bepaald door ons genetisch materiaal dat we van onze ouders erven. Dat DNA is een soort blauwdruk voor de bouw van mensen en andere levende wezens (Zoals hier beschreven). Omgevingsfactoren, zoals levensstijl en trauma, beïnvloeden de leesbaarheid van die blauwdruk. Dat is net als een koffievlek op de blauwdruk: de informatie is er nog, maar de vlek maakt het onleesbaar.

Andersom kan hetzelfde gebeuren: iemand verwijdert een sticker met ‘niet gebruiken’. Daardoor is dat deel van de blauwdruk ineens leesbaar en bruikbaar. Beide scenario’s kunnen grote gevolgen hebben. Voor een gezonde ontwikkeling zijn bepaalde delen van de blauwdruk continu nodig, terwijl andere alleen op specifieke momenten belangrijk zijn.

De leesbaarheid van het DNA aanpassen heet in de biologie epigenetica en die veranderingen kunnen worden overgeërfd via spama- en eicellen. De aanmaak van die cellen werkt als het kopiëren van de blauwdruk: de machine kopieert de blauwdruk zoals hij is: mét koffievlek en zonder de ‘niet gebruiken’ sticker.

Uit onderzoek blijkt dat kinderen en kleinkinderen van Holocaust-overlevenden vaker doorverwijzingen naar psychiatrische klinieken ontvingen dan andere bevolkingsgroepen. Kleinkinderen waren zelfs tot driehonderd procent oververtegenwoordigd onder de kliniekpatiënten. Studies naar overlevenden van de holocaust en hun kinderen toonden ook aan dat ze verhoogde niveaus van stresshormonen in hun bloed hebben. Daardoor ervaren ze sneller stress dan niet-getraumatiseerde mensen en hebben ze bovendien meer kans op de ontwikkeling van angststoornissen.

Ernst van trauma

Hoe sterk traumatische gebeurtenissen een persoon beïnvloeden, hangt af van de omgeving en genetische en epigenetische (de leesbaarheid van het DNA) factoren. Dit geldt voor mensen die een trauma hebben meegemaakt en voor degenen die hem ‘erven’. Zulke ervaringen variëren van pesten, een echtscheiding van de ouders, verwaarlozing en misbruik tot natuurrampen, verwondingen en oorlog. Sommige van deze gebeurtenissen zijn veelvoorkomend: in Amerika geeft zestig procent van de burgers aan een traumatiserende gebeurtenis te hebben meegemaakt in hun kindertijd.

De gevolgen van een fysiek en mentaal trauma zijn niet hetzelfde. Lichamelijk trauma leidt in veel gevallen tot fysieke problemen, zoals diabetes, hart- en vaatziekten of gastro-intestinale problemen. Een mentaal trauma leidt bijvoorbeeld tot PTSS, angst, depressie, middelenmisbruik, eetstoornissen.

Mensen kunnen trauma ook doorgeven zonder dat er DNA aan te pas komt. Ouders die eerder in hun leven een trauma opliepen, kunnen hun kinderen door verwaarlozing en misbruik onbewust traumatiseren. Onderzoek toont aan dat getraumatiseerde ouders emotioneel afstandelijk zijn naar hun kind. Ze zijn minder warm, minder ondersteunend, niet in staat om met conflicten om te gaan of zelfs gewelddadig. Dat gedrag is schadelijk voor de psychische gezondheid van een kind. Zo kan emotionele schade van generatie op generatie worden doorgegeven, ook als deze niet via het DNA wordt geërfd.

Trauma niet altijd doorgegeven

Het lijkt misschien gek dat de natuur mensen verzwakt als ze door zware tijden moeten gaan. Maar de erfelijkheid van bepaalde aandoeningen is beperkt. PTSS, depressie en lage veerkracht worden in verschillende mate, maar nooit honderd procent doorgegeven. Sommige nakomelingen van trauma-overlevers zijn zelfs veerkrachtiger dan de gemiddelde persoon. Alsof de epigenetische veranderingen hen helpt omgaan met de zware omstandigheden die hun ouders ervaarden. Hoewel het is niet helemaal duidelijk is hoe de effecten variëren, speelt de omgeving een belangrijke rol. De epigenetische veranderingen veroorzaken alleen negatieve effecten wanneer een persoon in stressvolle situaties terecht komt.

Degenen die geen oorlog hebben meegemaakt mogen zich gelukkig prijzen. Voor velen van ons is het al pijnlijk genoeg om in te denken wat onze voorouders moesten doorstaan. Na de Tweede Wereldoorlog was het lijden nog niet gedaan: het trauma leefde voort. Al leden de meeste mensen in stilte. Maar praten helpt, blijkt uit onderzoek. Vooral kinderen hebben baat bij vroege interventies, zoals logopedie.

Veel onderzoekers op dit gebied zien mogelijkheden voor vroegtijdige interventie. Trauma veroorzaakt door misbruik kan bijvoorbeeld worden tegengegaan door gezinsbegeleiding. Wetenschappers hopen ook chemische behandelingen te vinden om epigenetische veranderingen om te keren. Het is onmogelijk om alle traumatische ervaringen te verhinderen, maar wellicht is het in de toekomst mogelijk het overerven van trauma te voorkomen.


Belangrijkste referenties:

Kyle, U. G., & Pichard, C. (2006). The Dutch Famine of 1944–1945: a pathophysiological model of long-term consequences of wasting disease. Current Opinion in Clinical Nutrition & Metabolic Care9(4), 388-394.

Sigal, J. J., & Weinfeld, M. (1989). Trauma and rebirth: Intergenerational effects of the Holocaust. Praeger Publishers.

Sangalang, C. C., & Vang, C. (2017). Intergenerational trauma in refugee families: a systematic review. Journal of immigrant and minority health19(3), 745-754.

Fossion, P., Rejas, M. C., Servais, L., Pelc, I., & Hirsch, S. (2003). Family approach with grandchildren of Holocaust survivors. American journal of psychotherapy57(4), 519-527.

Harachi, T. W., Choi, Y., Abbott, R. D., Catalano, R. F., & Bliesner, S. L. (2006). Examining equivalence of concepts and measures in diverse samples. Prevention Science7(4), 359-368.)

Kellermann, N. P. (2013). Epigenetic transmission of holocaust trauma: can nightmares be inherited. The Israel journal of psychiatry and related sciences50(1), 33-39.

Jiang, S., Postovit, L., Cattaneo, A., Binder, E. B., & Aitchison, K. J. (2019). Epigenetic modifications in stress response genes associated with childhood trauma. Frontiers in psychiatry10, 808.

Morgan, A. J., Rapee, R. M., & Bayer, J. K. (2016). Prevention and early intervention of anxiety problems in young children: A pilot evaluation of Cool Little Kids Online. Internet interventions4, 105-112.

Pina, A. A., Zerr, A. A., Villalta, I. K., & Gonzales, N. A. (2012). Indicated prevention and early intervention for childhood anxiety: A randomized trial with Caucasian and Hispanic/Latino youth. Journal of consulting and clinical psychology80(5), 940.

Published by Katrin Heidemeyer

Katrin Heidemeyer ist Doktorandin im Bereich Biochemie an der Wageningen University and Research. Durch ihre Arbeit möchte sie das Wissen über die Spezifität von Hormon-Signalen in Pflanzen erweitern. Da ihre Interessen über Pflanzenbiologie hinausreichen, schreibt sie in ihrer Freizeit über diverse Themen. Von Ernährung zu Psychologie, der Neugierde sind keine Grenzen gesetzt.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Create your website at WordPress.com
Get started